Menu
Home
Bibliografie Boeken
Bibliografie Toneel

Zoek Web Pages




De achterneef van J.P. Coen
De Achterneef van J.P.Coen

De Achterneef van J.P.Coen


`Ik was er nooit eerder en toch keek ik al die tijd in de spiegel van mijn jeugd. In de steden zag ik de aardrijkskundelessen uit mijn schooltijd verfilmd en het landschap was me net zo vertrouwd als de polders uit mijn jeugd. Maar het vele goeds der zending glansde niet in de ogen van al die bedelaars en de rijke vruchten der westerse beschaving lagen te rotten op de mesthopen van de kampongs, beschenen door het felle licht van neonreclames van vele duizenden Watt: Hotel Indonesia, Hotel Borobudur, Pertamina, Philips, General Motors, Toyota en Shell'.
Dit fragment uit 'De Achterneef van J.P.Coen' geeft aan wat de lezer van dit boek over Indonesië te wachten staat: geen reisverslag,
maar de persoonlijke gevolgen van een reis.
Elke Nederlander van de leeftijd van Simhoffer die Indonesië bezoekt, herkent het land, want hij heeft als kind op school alles geleerd van bandjirs, sawa's en buffels. Daarom liep Simhoffer, toen hij in 1977 een paar weken in Indonesië was, rond in een jeugdherinnering vol plaatjes uit aardrijkskundeboeken en missiekalenders, maar wat hij zag en in die korte tijd meemaakte, was ook een pijnlijke bevestiging van wat hij van dat land wist of meende te weten, los van die vergeelde, schoolse herinneringen: Indonesië als ontwikkelingsland met zijn overbevolking, zijn politieke gevangenen, zijn problemen van armoe, ondervoeding en roofbouw op de 'gordel van smaragd'. Daarom is 'De Achterneef van J.P.Coen' geen geromantiseerde vertelling, ook geen reisverslag, maar - zoals zoveel werk van deze schrijver - een zelfreflektie, dit keer met Indonesië als decor. Indonesië is een stuk van onze erfschuld en schrijven is wellicht een middel om schuld af te lossen.